Bij Prof. Dr. Moustapha Hamdi kan je zowel terecht voor verschillende soorten plastische ingrepen, zowel voor esthetische als voor reconstructieve chirurgie. Zoals de term zelf zegt herstelt of verbetert een reconstructieve ingreep de functie van een lichaamsdeel zonder de vorm ervan te beschadigen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een remodellage van een borst na een (gedeeltelijke) amputatie.

Dat in tegenstelling tot de esthetische chirurgie, waarbij het de bedoeling is de vorm te herstellen of te creëren zonder afbreuk te doen aan de functie ervan. Zo mag het reukvermogen na een neuscorrectie bijvoorbeeld niet aangetast zijn.

Borstreconstructie

“De borst is een van de meest nobele lichaamsdelen. Het is altijd mijn passie geweest om die te kunnen remodelleren.”

“Toen ik nog aan de Universiteit van Damascus studeerde, liet Dr. Karl Hartrampf ons een borstreconstructie op televisie bekijken. Dat maakte deel uit van onze opleiding, maar voor mij was dat het moment waarop ik besloot om plastisch chirurg te worden. Enkele jaren later, nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik de kans om een tijdje mee te draaien in de ziekenhuizen van de ULB in België. Daar leerde ik de noodzaak kennen van mammoplastie en reconstructieve borstchirurgie. Ik begon ook de bestaande technieken in dat vakgebied kritisch te evalueren. Dat leidde er uiteindelijk toe dat ik, samen met enkele Gentse collega’s, mijn eigen techniek ontwikkelde. Die techniek is ondertussen uitgebreid getest en wordt overal in de medische wereld goedgekeurd en toegepast.”

De noodzaak van borstreconstructie

Borstkanker is een zeer frequente aandoening bij vrouwen. Zowat een op tien ontwikkelt in de loop van haar leven een tumor in een of beide borsten. De laatste twintig jaar stellen dokters bij steeds meer patiënten de diagnose borstkanker. Toch wil dat niet zeggen dat de aandoening daadwerkelijk vaker voorkomt. De toenemende vergrijzing van de bevolking en de grotere bevolkingsgroei zijn slechts enkele verklarende factoren voor die stijging. Daarnaast loopt er sinds 1988 een grootschalig bevolkingsonderzoek, waardoor tumoren sneller en vaker opgemerkt worden. Het is trouwens datzelfde onderzoek dat er voor zorgt dat steeds minder patiënten aan borstkanker overlijden.

De behandeling

Om borstkanker te bestrijden, bestaan er verschillende behandelingen. Bij sommige vrouwen volstaat het om het gezwel en wat gezond borstweefsel rond de tumor weg te nemen (tumorectomie). In dat geval spreken we van borstsparende heelkunde. Meestal krijgen die patiënten ook een behandeling met lokale radiotherapie om de kans dat de tumor terugkeert tot een minimum te beperken.

Bij andere vrouwen is er echter geen andere mogelijkheid dan de volledig borst weg te nemen (mastectomie). Ook zij krijgen achteraf vaak een behandeling met radio- of chemotherapie. In nog andere gevallen heeft een hormonale nabehandeling een gunstig effect.

Wat na een borstamputatie?

Niet elke vrouw reageert op dezelfde manier na een borstamputatie. De een zal een borstreconstructie laten uitvoeren, en liefst nog zo snel mogelijk, terwijl een ander liever een uitwendige prothese draagt.

Of misschien wil je liever niets doen.

Weet dat wat jij wil een persoonlijke keuze is die jij voor jezelf moet maken. Maar om die keuze te maken, kan het helpen als je de verschillende behandelings- en reconstructiemogelijkheden kent.

Wanneer kan ik een reconstructie laten uitvoeren?

Klassieke borstamputatie

Huidsparende mastectomie

Een borstreconstructie heeft geen invloed op het verloop van de ziekte. Ze heeft met andere woorden geen negatieve invloed op de behandeling of de evolutie ervan. Maar ze zorgt dikwijls wel voor een betere levenskwaliteit van de patiënte. Daarom kan jouw chirurg meteen nadat hij de tumor heeft weggenomen een borstreconstructie uitvoeren. Dat heet een primaire of gelijktijdige reconstructie. Wacht je liever nog even, dan kan je kiezen voor een secundaire of laattijdige reconstructie. Je chirurg voert dan een reconstructie uit vanaf zes tot twaalf maanden na de amputatie of nadat je behandeling afgelopen is.

Beide reconstructies hebben hun voor- en nadelen.

We zetten ze hier voor je op een rijtje:

Primaire reconstructie

Voordelen

  • Twee operaties in één keer
  • Psychologisch voordeel
  • Esthetisch resultaat meestal beter
  • Betere wondgenezing

Nadelen

  • Bestraling kan verkalking in de borst veroorzaken

Secundaire reconstructie

Voordelen

  • Slechte huidkwaliteit door bv. bestraling heeft geen invloed op het resultaat

Nadelen

  • Wondgenezing verloopt soms iets moeilijker
Welke techniek is het best geschikt voor mij?

Er bestaan verschillende technieken om een borstreconstructie te laten uitvoeren, maar niet elke methode past bij elke vrouw. Welke techniek je chirurg bij jou zal gebruiken, hangt af van een aantal factoren:

  • Leeftijd
  • Lichaamsbouw
  • Vorm en volume van de borsten
  • Eventuele voorgaande operaties (ook op andere plaatsen)
  • Soort ingreep aan de borst (tumorectomie vs. mastectomie)
  • Eventuele nabehandeling
  • Jouw persoonlijke voorkeur

Elke techniek heeft zijn voor- en nadelen. Je plastisch chirurg zal alle factoren in rekening brengen en de verschillende mogelijkheden met het te verwachten resultaat met jou bespreken.

De verschillende technieken

Zoals eerder aangehaald bestaan er verschillende technieken voor borstreconstructies. Een eerste bepalende factor voor welke techniek bij jou mogelijk is, is de grootte van het weggenomen weefsel en de grootte van je borsten.

Hoefde de chirurg niet je volledige borst te amputeren (tumorectomie), dan heb je de keuze uit een aantal partiële borstreconstructies:

  • Reconstructie met een lokale weefselflap
  • Borstremodellage
  • Reconstructie met een gesteelde flap
  • Reconstructie met een vrije weefselflap

Was het bij jou wel nodig om je volledige borst te verwijderen (mastectomie), dan is er geen andere mogelijkheid dan een totale borstreconstructie. Zo’n totale reconstructie kan met lichaamsvreemd of lichaamseigen materiaal. Ook in die twee categorieën zijn verschillende technieken mogelijk.

Lichaamsvreemd materiaal

  • Watergevulde prothesen
  • Siliconengevulde prothesen
  • Tissue expanders

Lichaamseigen weefsel

  • DIEP of buikflap
  • SGAP of bilflap
  • TMG of dijflap

Partiële Borstreconstructies (na een tumorectomie)

Reconstructie met lokale weefselflap

Als je chirurg slechts een kleine gedeelte van de borst hoefde te verwijderen, kan hij dat gedeelte opvullen met een lokale flap uit de borst of de oksel. Als hij weefsel uit je oksel gebruikt, moet je wel rekening houden met een bijkomend litteken.

Reconstructie door middel van borstremodellage

Heb je zelf een groot borstvolume en bedraagt het weggenomen borstweefsel minder dan dertig procent van het totaal. Dan kan je ervoor kiezen om de tumorectomie te combineren met een borstverkleining. De chirurg gebruikt dan het overblijvende weefsel om je borst een nieuwe, kleinere vorm te geven.

Die techniek is ook mogelijk als de tumor al in het verleden werd weggenomen, maar de borst nog steeds een belangrijke vervorming vertoont.

De littekens die je aan deze ingreep overhoudt, bevinden zich op dezelfde plaats als die bij een klassieke borstverkleining, namelijk rond de tepel en ter hoogte van de onderpool van de borst.

Reconstructie met een gesteelde LD (latissimus dorsi) of TDAP (thoracodorsal artery perforator) flap

Volstond het om minder dan dertig procent van het totale borstweefsel weg te nemen, maar heb je een eerder klein borstvolume, dan biedt remodellage geen uitkomst. Er zou immers te weing volume overblijven na de operatie. In dat geval kan je chirurg extra weefsel van op een andere plaats halen. Daarvoor bestaan twee technieken.

Bij een reconstructie met een gesteelde latissimus dorsi flap, maakt je chirurg de grote rugspier los aan dezelfde kant als de geopereerde borst. Hij brengt die flap vervolgens naar voor om de borst op te vullen. Het grote nadeel van die ingreep is echter dat een van de grootste spieren van het lichaam opgeofferd wordt.

Een andere mogelijkheid is daarom de reconstructie met thoracodorsal artery perforator flap. Daarbij maakt je chirurg enkel het huid- en vetweefsel van de rug los om met die flap de borst op te vullen. De spier blijft dus ongemoeid.

Bij beide technieken moet je rekening houden met een litteken op de rug. Dat kan schuin naar boven op de rug lopen, in de richting van de huidplooien, of eerder horizontaal zodat het onder een bh-bandje verborgen zit.

Reconstructie met een vrije weefselflap

Bij sommige vrouwen moet de chirurg meer dan dertig procent van het borstweefsel verwijderen. In dat geval is de hoeveelheid weggenomen weefsel te groot om met flappen van op de rug op te vullen. Het resultaat zal esthetisch mooier ogen, als je chirurg alle borstklierweefsel wegneemt en volledig vervangt door weefsel van op een andere plaats. De technieken daartoe zijn dezelfde als die na een mastectomie, namelijk een transplantatie van huis- en vetweefsel met behulp van microchirurgie.

Totale borstreconstructie (na een mastectomie)

Reconstructie met lichaamsvreemd materiaal

Een borstprothese bestaat uit kunststof, waarbij de wand meestal uit zachte silicone bestaat. Die wand kan zowel glad als ruw (textured) zijn, maar tegenwoordig kiest men bijna altijd voor een ruwe wand. Die prothesen leiden immers minder vaak tot kapselcontracturen.

Als inhoud bevatten de meeste prothesen fysiologisch water of samenhangende (cohesive) siliconegel. De voor- en nadelen van beide materialen lees je hieronder.

Watergevulde prothesen

Watergevulde prothesen hebben het belangrijke voordeel dat ze een product bevatten waaruit je lichaam zelf grotendeels is opgebouwd. Mocht je prothese scheuren, dan zal je lichaam dat water resorberen en via de nieren uitscheiden. Doordat je borst ‘platvalt’, merk je dat je prothese lekt. Het nadeel is dan weer dat watergevulde prothesen minder natuurlijk aanvoelen en dat de rand soms voelbaar is onder de huid. In sommige gevallen vertoont de huid ook een soort rimpeling.

Siliconegevulde prothesen

Die protheses bevatten een samenhangende (cohesive) siliconengel, die je je het beste kan voorstellen als een klomp gelatine. De gel voelt zacht aan, maar loopt niet uit als je het omhulsel doorsnijdt.

Het voordeel van die prothesen is dat ze meer natuurlijk aanvoelen en de gel ervoor zorgt dat de prothese een anatomische vorm heeft (een zogenaamde druppelvorm). Dat voorkomt dat de bovenpool van je borst te veel opgevuld lijkt. Het grootste nadeel is dat de siliconengel van nature uit niet voorkomt in ons lichaam. Toch mag je er op vertrouwen dat ze veilig zijn en geen ziektes kunnen veroorzaken. Een ander nadeel van siliconengevulde prothesen is de iets hogere kostprijs.

Tissue expanders

Als er na je borstamputatie onvoldoende huid voor een reconstructie overblijft, maar de resterende huid wel van goede kwaliteit is, kan je opteren voor tissue expanders. Dat zijn opblaasbare prothesen die via een fijn slangetje met een klep verbonden zijn. Via die klep kan je chirurg de prothese bijvullen. De ingreep gebeurt in verschillende stappen.

In een eerste fase plaats je chirurg een expander onder je borstspier en –huid, die hij na ongeveer twee à drie weken geleidelijk begint op te blazen. Op die manier rekt de borstspier en –huid uit en komt er plaats vrij voor een definitieve prothese. Is het juiste volume bereikt, dan vervangt de chirurg tijdens een tweede operatie de expander door een definitieve prothese. Er bestaan ook permanent expandable implants. Die hoeven niet vervangen te worden en dus is er geen tweede operatie nodig.

Voordelen

  • Reconstructies met implantaten zijn technisch vrij eenvoudige procedures, waarvoor een beperkte operatietijd nodig is en die weinig verwikkelingen met zich meebrengen
  • Er zijn geen bijkomende littekens
  • De hospitalisatieduur is meestal iets korter
  • Bij tissue expanders is het volume ook na de operatie eenvoudig aan te passen

Nadelen

  • Hoe langer het implantaat op zijn plaats zit, hoe groter de kans op verwikkelingen.

    Vooral kapselcontractuur komt zeer vaak voor. De prothese is immers een vreemd voorwerp, waardoor het lichaam het tracht in te kapselen. Die contractuur moet altijd heelkundig behandeld worden en bovendien is er geen garantie dat het probleem zich later niet opnieuw voordoet

  • Er is een hoger risico (aan wat?), maar de prothese achter de borstspier plaatsen, biedt enige bescherming
  • Er is een grotere kans op infecties
  • Het implantaat is onderhevig aan slijtage en moet één of meermaals vervangen worden
  • Het verouderingsproces van het implantaat verloopt anders dan dat van het lichaam, met een toenemende asymmetrie als gevolg
  • De prothese evolueert niet mee met het gewicht van de patiënt
  • Het esthetisch resultaat is inferieur aan een constructie met eigen weefsel, niet alleen qua uitzicht, maar ook qua gevoel en duurzaamheid
  • Doordat de kans bestaat dat er meerdere ingrepen, ook achteraf, nodig zijn, ligt de totaalkost van een reconstructie met lichaamsvreemd weefsel hoger
Reconstructie met lichaamseigen weefsel

De DIEP (Deep Inferior Epigastric artery Perforator) of buikflap

Je chirurg haalt huid- en vetweefsel ter hoogte van de onderbuik weg en transplanteert dat naar de borst. Vooraleer hij de wonden dichtmaakt, creëert hij met het stuk buikweefsel een optimale borstvorm. Hij brengt de wondranden van de buikwand naar elkaar toe om de opening in de buikwand te sluiten, net zoals bij een buikwandcorrectie. Je buik zal daardoor na de operatie vlakker en meer opgespannen zijn, wat voor sommige vrouwen een prettig extraatje is.

Het litteken dat je aan de ingreep overhoudt, loopt van de ene heupkam naar de andere. Maar het ligt laag genoeg om het onder een normale slip of bikini te verbergen.

De SGAP (Superior Gluteal Artery Perforator) of bilflap

Anders dan bij de DIEP haalt de chirurg het huid- en vetweefsel ter hoogte van de bil om het naar de borstkas te transplanteren. De techniek voor de ingreep is dezelfde als bij de DIEP.

Het litteken loopt van de ene zijde van de bil naar de andere, maar je kan het bedekken met normaal ondergoed. Het kan echter dat de contour van je bil lichtjes veranderd is. Bovendien is het vetweefsel van de bil iets stugger dan dat van de buik, zodat de borst iets minder zacht kan aanvoelen en de chirurg het moeilijker kan hebben een ideale borstvorm te creëren. Daarom volgt meestal zes maanden na de eerste ingreep een correctie van de vorm.

De TMG of dijflap

In deze ingreep worden de huid en vetweefsel ter hoogte van de bovenste binnenkant van de dij gepreleveerd en vervolgens getransplanteerd naar de borstkas. Bij deze soort reconstructie wordt een stuk van de gracilisspier (een secundaire spier die in de adductie van het been helpt) meegenomen in de flap, samen met een voedende vaatsteel .

In de meeste gevallen ondervindt de patiente weinig of geen last ter hoogte van de donorplaatst van de flap. De techniek voor het positioneren van de flap in de borst, en het aansluiten van de bloedvaten is verder te vergelijken met deze van de buikflap.Het litteken ter hoogte van de donorplaats loopt aan binnenkant van de dij, van voor in de lies tot achteraan onder de bilplooi. Dit litteken kan door normaal ondergoed volledig worden bedekt. Weliswaar is er een min of meer uitgesproken contourdepressie thv van de binnenkant van de dij mogelijk, waardoor deze flap een tweede keuze is voor borstreconstructies na de DIEP flap.

De indicatie bij uitstek is een eenzijdige of een tweezijdige onmiddelijke borstreconstructie bij dames die onvoldoende vetweefsel hebben thv de buikstreek. Bij deze flap is vaak een correctie nodig thv van de gereconstrueerde borst een drietal maanden na de primaire ingreep.

Voor- en nadelen

Voordelen

In tegenstelling tot een reconstructie met lichaamsvreemd weefsel, nemen de voordelen van een reconstructie met lichaamseigen weefsel in de tijd toe.

  • Hoe langer het eigen weefsel aanwezig is, hoe minder kans op complicaties
  • Na verloop van tijd verbetert het esthetische resultaat: de borst neemt een steeds meer natuurlijke vorm aan en de littekens vervagen
  • De borst voelt warm en natuurlijk aan
  • Het lichaamseigen weefsel volgt schommelingen in gewicht en volgt ook het normale verouderingsritme van het lichaam
  • Er zijn minder laattijdige chirurgische correcties nodig
  • De totaalkost op lange termijn ligt lager
  • Een reconstructie met eigen weefsel vormt geen probleem bij een behandeling met radiotherapie voor of na de ingreep

Nadelen

  • Een reconstructie met lichaamseigen weefsel vraagt een grotere investering in de beginfase
  • De procedure is een stuk complexer
  • De operatie duurt langer en er is een klein risico op verwikkelingen
  • De hospitalisatie en revalidatie duren gewoonlijk iets langer
  • Er is een bijkomend litteken

Klinische beelden (pdf)

Lymfoedeem

Lymfoedeem is niets meer dan een ophoping van vocht (lymfe) in een van de ledematen als gevolg van een onderbreking of wijziging van het lymfesysteem. De oorzaak kan aangeboren zijn (eerder zeldzaam), het gevolg zijn van besmettelijke ziekten (Filariasis, een parasitaire worm) en aan de nasleep van een behandeling van bepaalde kankers (borstkanker, melanomen, sarcomen,…).

10 % van de patienten behandeld voor borstkanker ontwikkelt lymfoedeem van het bovenste lidmaat (bestraling, poortwachtklier en okselevidement). Problemen ontstaan vaak enige tijd (vaak jaren) na de primaire behandeling van borstkanker. De functionele hinder en de grote kans op infecties (lymfangitis) zijn de belangrijkste gevolgen van lymfoedeem, en een dus soms zwaar gevolg van een behandeling van borstkanker.

Tot voor kort was conservatieve behandeling de enige vorm van soelaas voor deze patiënten (lymfatische drainage en bandage).

Sinds enkele jaren kunnen we ook in bepaalde gevallen chirurgische behandeling toepassen.

Er zijn twee mogelijke heelkundige behandelingen mogelijk:

  • Microchirurgische lymfekliertransfer
  • Microchirurgische lymfo-veneuze anastomose

Bij de lymfekliertransfer worden gezonde lymfeklieren van de patiënt zelf (bv. uit de lies) naar de aangetaste zone (bv. oksel) microchirurgisch getransplanteerd. Deze ingreep wordt onder algemene verdoving uitgevoerd en gebeurt vaak in combinatie met een borstreconstructie.

Bij een lymfo-veneuze anastomose worden via kleine incisies in de huid kortsluitingen gemaakt van het lymfesysteem naar de bloedbaan (aders). Op deze manier kan het lymfevocht via een omweg draineren.

Na deze ingrepen patiënten moeten patiënten een revalidatieprogramma volgen. Het is belangrijk om bij optredend lymfoedeem in te grijpen tijdens het eerste jaar voor het stadium van geïnstalleerde fibrose. De resultaten die zo worden bekomen zijn beter.